ECLI:NL:RBROT:2022:11999
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loon- en schadevordering na arbeidsongeval wegens onvoldoende bewijs en proceshouding
Eiser vorderde loonbetaling vanaf de datum van een arbeidsongeval en een voorschot op schadevergoeding wegens letsel aan zijn oog opgelopen tijdens het werk. Hij hield gedaagde aansprakelijk voor de schade en stelde loonbetaling tijdens ziekte te vorderen.
De procedure kende meerdere zittingen, waarbij eiser niet verscheen en ook niet reageerde op verzoeken tot nadere informatie en voortzetting van de mondelinge behandeling. Gedaagde betwistte de loonvordering en stelde dat ziekte gelijkstaat aan niet oproepen, en dat eiser zich niet beschikbaar hield voor arbeid. Tevens werd een beroep gedaan op artikel 7:629a lid 1 BW.
De kantonrechter constateerde dat door het ontbreken van medewerking van eiser onduidelijkheid bleef bestaan over de feiten rondom het ongeval, de medische toestand, de duur van de arbeidsongeschiktheid en de beschikbaarheid voor werk. Hierdoor kon de gevorderde loonbetaling en schadevergoeding niet worden toegewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loon- en schadevorderingen zijn afgewezen wegens onvoldoende bewijs en proceshouding van eiser.