ECLI:NL:RBROT:2022:12029
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging opzegging arbeidsovereenkomst uitzendkracht tijdens ziekte
De zaak betreft een uitzendkracht die tijdens ziekte de arbeidsovereenkomst met zijn werkgever, een uitzendbureau, betwist heeft laten beëindigen. De arbeidsovereenkomst bevat een uitzendbeding dat bepaalt dat de overeenkomst eindigt zodra de terbeschikkingstelling door de opdrachtgever wordt beëindigd.
De uitzendkracht raakte arbeidsongeschikt door een ongeval tijdens werkzaamheden en ontving een Ziektewetuitkering. Hij verzocht de rechtbank om vernietiging van de opzegging wegens strijd met het opzegverbod tijdens ziekte en betaling van achterstallig salaris.
De rechtbank overweegt dat het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing is op het rechtsgeldig beëindigen van de terbeschikkingstelling door de opdrachtgever op grond van het uitzendbeding. Tevens is gebleken dat de opdrachtgever de inlening beëindigde om redenen los van de ziekte. Daarom is het verzoek van de uitzendkracht ongegrond en wordt het afgewezen.
De uitzendkracht wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het uitzendbeding rechtsgeldig kan zijn en dat het opzegverbod tijdens ziekte niet in de weg staat aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst door beëindiging van de inlening.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.