Daartoe stelt [naam01] dat zij gedurende haar dienstverband nooit, althans vrijwel nooit, salaris ontvangen heeft van KKS. Er werden wel salarisspecificaties opgesteld, waarop melding is gemaakt van kastransacties, maar rond de data van salarisbetaling ging [naam02] met de bedrijfscreditcard naar de giromaat, pinde daar het salarisbedrag en stak het geld dan vervolgens in eigen zak. In de boekhouding werd vermeld: salaris [naam01] met een bankrekeningnummer. Daarom vordert [naam01] thans betaling van € 6.135,66 netto aan achterstallig salaris. Ook maakt zij aanspraak op betaling van vakantiegeld. Tevens stelt [naam01] 1217 overuren te hebben gemaakt à € 10,- netto, in verband waarmee zij € 12.170,- netto vordert. Omdat zij in 2015, 2016 en 2017 vakantie uren heeft opgebouwd, maar die niet genoten heeft, wil [naam01] ook daarvoor een vergoeding. Het gaat om 5,5 uur à € 10,- netto, wat uitkomt op € 55,- netto. Eveneens maakt [naam01] op grond van haar arbeidsovereenkomst aanspraak op € 504,- aan vergoeding voor haar mobiele telefoon en reiskosten, te weten € 474,50 over 2017 en € 29,50 over 2018. Daarnaast stelt [naam01] dat het pand in Breukelen waar KKS gevestigd was door een familielid van haar was gehuurd en dat zij met [naam02] heeft afgesproken dat KKS voor het gebruik van het pand inclusief nutsvoorzieningen € 250,- per maand zou betalen. In verband hiermee vordert [naam01]
€ 2.125,- omdat over de periode van 1 december 2015 tot en met 15 augustus 2016, dus 8,5 maand, het bedrag van € 250,- niet betaald is. Voorts stelt [naam01] uit eigen middelen
€ 988,19 te hebben betaald voor verbouwwerkzaamheden in het pand, verricht ten behoeve en in opdracht van KKS, welk bedrag zij vergoed wenst te zien. Tot slot stelt [naam01] dat zij haar privéauto in 2017 verkocht heeft aan KKS voor € 5.000,-, maar dat van die koopsom € 3.500,- onbetaald is gebleven, in verband waarmee zij betaling van dat bedrag eist.