Eiseres vroeg een urgentieverklaring aan vanwege haar woonsituatie en medische omstandigheden van haar jongste kind. Verweerder wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de regiobindingsvereiste en de urgentiegrond woonlasten. De rechtbank stelde vast dat eiseres wel degelijk maatschappelijke binding met de regio Rotterdam heeft, aangezien zij circa negen jaar onafgebroken in Rotterdam heeft gewoond en vier jaar werkt in de regio.
Echter, eiseres voldeed niet aan de urgentiegrond woonlasten omdat zij samen met haar voormalige partner een woning huurde en de partner de huur betaalde, waardoor er geen woonlastenproblematiek was ten tijde van het primaire besluit. Daarnaast kon eiseres niet aantonen dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was, ondanks haar dreigende dakloosheid en de medische situatie van haar kind.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van de urgentieverklaring niet tot een schrijnende situatie leidt en dat verweerder niet onredelijk heeft gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.