ECLI:NL:RBROT:2022:2603
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens te lang verblijf in het buitenland zonder acute noodsituatie
Eiseres ontvangt sinds juni 2020 een bijstandsuitkering en kreeg toestemming om tijdelijk naar het buitenland te gaan van 7 februari tot 5 maart 2021. Daarna verbleef zij langer dan de toegestane vier weken per kalenderjaar buiten Nederland. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok haar uitkering in op grond van artikel 54 van Pro de Participatiewet (Pw).
Eiseres stelde in beroep dat er sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 Pw Pro, en dat de jurisprudentie hierover herzien moest worden vanwege de menselijke maat. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een acute noodsituatie of behoeftige omstandigheden waren die alleen met bijstand konden worden verholpen. Financiële ondersteuning kwam van haar familie in het buitenland en er was geen bewijs dat haar gezondheidssituatie bijstand noodzakelijk maakte.
De rechtbank concludeerde dat eiseres vanaf 8 maart 2021 geen recht meer had op bijstand en dat het bestreden besluit terecht was genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskostenveroordeling werd afgewezen. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wegens te lang verblijf in het buitenland zonder acute noodsituatie wordt ongegrond verklaard.