Eiser is eigenaar van twee units binnen het complex GaragePark Rotterdam Hordijk. Hij betwist de aanslagen rioolrecht niet-woning voor deze units en stelt dat het complex als één geheel moet worden belast vanwege het gezamenlijke gebruik van voorzieningen en het ontbreken van zelfstandige rioolaansluitingen.
De rechtbank stelt vast dat de units zelfstandige zaken zijn omdat er op elke unit afzonderlijke appartementsrechten zijn gevestigd. Hierdoor zijn de units afzonderlijke percelen in de zin van de Verordening rioolheffing 2020 van Rotterdam. Ook een indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering via gezamenlijke voorzieningen is voldoende voor heffing.
Eiser voert aan dat de heffing onevenredig en onredelijk is, mede vanwege verschillen met andere complexen en het ontbreken van een maximale heffing per complex. De rechtbank oordeelt dat de gemeenteraad beleidsvrijheid heeft bij het vaststellen van tarieven en dat de Verordening niet in strijd is met hogere regelgeving of het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank concludeert dat de aanslagen terecht zijn opgelegd en het bedrag van € 43,20 per unit niet buitensporig is. De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.