ECLI:NL:RBROT:2022:5829
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontving bijstand en bijzondere bijstand, maar verweerder trok deze in en vorderde terug wegens het niet melden van werkzaamheden als koerier. Verweerder stelde dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Eiser betoogde dat verweerder het recht op bijstand schattenderwijs had moeten vaststellen, met inachtneming van zijn inkomsten uit de werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit had kunnen doen op basis van de beschikbare gegevens, maar dit naliet zonder deugdelijke motivering.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de intrekking, terugvordering en brutering betrof en stelde het recht op bijstand schattenderwijs vast op basis van een uurloon van €12,00 en 12,5 uur werk per week. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor zover het de periode 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 betreft.