Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 juli 2022 in de zaken tussen
Kink FM B.V. (Kink) te Amsterdam, eiseres,
de Nederlandse Vereniging van Commerciële Radio (VCR), te Naarden,
gemachtigde: mr. Q.R. Kroes.
Radio 538 B.V. (Radio 538), te Hilversum,
RadioCorp B.V. (100% NL), te Naarden,SLAM! B.V. (Slam), te Hilversum,
Q-Music Nederland B.V. (Q-Music), te Amsterdam,
Procesverloop
mr. B.J. Walraven, [Naam] en [Naam]. Namens de Minister zijn verder verschenen mr. M.A. Theuerzeit, mr. R. Nelissen, mr. M.R. Landkroon en
mr. C. de Rond. Namens de derde-partijen zijn verder verschenen [Naam] en
(BNR Nieuwsradio), [Naam] (100%NL), [Naam] (Radiocorp), [Naam], [Naam] en [Naam] (Talpa). Namens Q-Music zijn verder verschenen [Naam] en [Naam].
Overwegingen
De vanuit de sector als geheel bescheiden financieringsbehoefte voor de individuele stations is wel omvangrijk en potentieel bepalend voor de continuïteit. Naast de relatief sterke impact van de crisis op de sector en onzekerheid over het herstel van de advertentiemarkt, geldt er een specifieke belemmering voor de commerciële radiosector. SEO constateert dat de afloop van de vergunningen op 1 september 2022 een rol zou kunnen spelen bij het kunnen aantrekken van extra financiering om de teruglopende reclame-inkomsten op te vangen. In de Quick-scan zegt SEO dat “een marktbrede verlenging van de FM-vergunningen met drie jaar niet doeltreffend [is] ten aanzien van de specifieke problemen waar een deel van de sector mee kampt. Wanneer een marktconforme verlengingsprijs wordt berekend is het voorts de vraag of die partijen voor wie de genoemde problemen wel spelen er daadwerkelijk allemaal mee geholpen zijn. Wanneer afzien van aanvullend sectorspecifiek beleid, en accepteren dat dit voor individuele stations pijnlijke gevolgen kan hebben en kan leiden tot een tijdelijke verschraling van het radiolandschap, maatschappelijk niet aanvaardbaar wordt geacht, ligt een sectorspecifieke verruiming van de huidige kredietmaatregelen het meest in de rede.”
In een aangenomen motie-Van den Berg c.s. (Kamerstukken II 2020/21, 24095, nr. 519 en Handelingen II 2020/21, vergadernummer 19, item 18) wordt de regering verzocht om in overleg met de sector te komen tot een verlenging van de bestaande FM-licenties voor commerciële radiostations voor de duur van drie jaar, tot 1 september 2025. Naar aanleiding van deze motie heeft de Minister verlengbaarheid alsnog wenselijk geacht vanwege de langere duur van de economische crisis, de voortdurende coronamaatregelen, en de beperkingen van het generieke steun- en herstelpakket voor ondernemingen, waarbij juist de afloop van de vergunningen zorgt voor gebrek aan kredietwaardigheid van de commerciële radiostations. Een belangrijke overweging is daarbij dat het inzetten van het economisch herstel gebaat is met het voorkomen van onnodige faillissementen van bedrijven. In de brief aan de Tweede Kamer van 11 november 2020 (Kamerstukken II 2020/21, 24095, nr. 524) heeft de Minister gelet op het voorgaande een tijdelijke verlenging van de commerciële radiovergunningen toegezegd voor de duur van minimaal twee jaar. Deze termijn kan oplopen tot drie jaar indien na onderzoek zou blijken dat een dergelijke termijn proportioneel is in verhouding tot het gestelde doel. Eén van de aspecten die daarbij relevant zijn is de hoogte van de verlengingsprijs. Aan SEO is daarom gevraagd te adviseren over de verlengingsprijzen die partijen verschuldigd zijn voor het verlengbaar maken van hun vergunningen.
De looptijd van de in 2003 verleende FM-vergunningen voor commerciële radio-omroep (zowel landelijk als niet-landelijk) is in 2011 en in 2017 verlengd onder de voorwaarde dat partijen investeren in digitale etherradio. Door middel van de zogenaamde koppeling kregen partijen ook de beschikking over een vergunning voor digitale radio-omroep (DAB+), waarmee zij hun bestaande analoge radioprogramma dienden uit te zenden (de zogenoemde simulcastverplichting). Als gevolg van de digitalisering is er meer spectrum beschikbaar gekomen voor commerciële radio. Bij veiling voor een landelijk dekkende digitale laag heeft ook een nieuwe partij een vergunning bemachtigd. Ook op de markt voor landelijke commerciële (analoge) FM-radio behoort de afgelopen jaren toetreding voor potentiële nieuwe partijen tot de mogelijkheden. Zo bestaat er voor derden op grond van artikel 3.20 van de Tw de mogelijkheid om een vergunning dan wel een gehele radio-onderneming (inclusief vergunning) over te dragen. Ook zijn er in 2011 en 2013 verdelingen geweest van landelijke commerciële FM-vergunningen (de kavels A7 en A8). Voorts is op niet-landelijk niveau geveild. Op de kortere termijn heeft een (nood)verlenging tot gevolg dat derden niet in aanmerking kunnen komen voor één of meer landelijke FM-kavels in het kader van een nieuwe verdeling. Gegeven de ontwikkeling van digitale radio en de mogelijkheden die dit ook voor nieuwkomers biedt, alsmede de instapmomenten die er in de afgelopen jaren zijn geweest door verdelingen, overdracht dan wel overnames, is een verlenging die strekt tot herstel van de economische positie van bestaande radiopartijen als gevolg van de coronacrisis niet onevenredig ten opzichte van het belang van mogelijke potentiële nieuwkomers. Daarbij wordt mede in ogenschouw genomen de beperkte duur van de verlenging. Alles in samenhang bezien, wordt op dit moment het belang van een verlenging, het kunnen aantrekken van additionele financiering en het herstel van radiopartijen van de gevolgen van de coronacrisis, geacht zwaarder te wegen dan het kortetermijnbelang van nieuwkomers om in een nieuwe verdeling toe te treden tot de landelijke FM-markt.
A-kavel (geclausuleerd en ongeclausuleerd) nodig zijn, te dragen en daar bovenop de veilingprijs te betalen. De Minister heeft er in dit verband op gewezen dat uit de jaarrekeningen van 2018 en 2019 van Kink volgt dat zij een negatief resultaat van € 611.293 heeft over 2019 en dat het eigen vermogen dat jaar € 657.652 negatief is, terwijl Kink ook in 2021 aangaf verlies te draaien. Verder voldoet Kink niet aan de programma-eisen die voor de geclausuleerde kavels gelden op basis van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003. Dit betekent dat zij alleen zou kunnen bieden op ongeclausuleerde kavels, die een hogere economische waarde hebben en dus duurder zijn. Daartoe ontbreken haar volgens de Minister de middelen. Indien de rechtbank al tot het oordeel zou komen dat het wijzigingsbesluit onrechtmatig zou zijn, dan zou Kink alsnog niet kunnen bereiken wat zij feitelijk nastreeft, namelijk: een nieuwe uitgifte van de landelijke FM-vergunningen. Dit omdat het verlengbaar maken van de landelijke FM-vergunningen is geregeld in het verlengbaarheidsbesluit en niet in het wijzigingsbesluit.
(vgl. ECLI:NL:RVS:2022:335, punt 9.2.).
De Minister heeft geen nader onderzoek verricht terwijl uit een oogpunt van zorgvuldige voorbereiding van het besluit verlangd mag worden dat de Minister voorafgaand aan het nemen van zijn besluit de actuele feiten en belangen in kaart brengt. Voor een nader onderzoek was temeer reden omdat Kink gemotiveerd heeft aangevoerd dat de financiële situatie van de radiostations ten tijde van het nemen van het verlengbaarheidsbesluit – en ook al reeds in het vierde kwartaal van 2020 – rooskleuriger was dan waar de Minister van uit is gegaan. Met Kink wijst de rechtbank in dit verband op de bevindingen van Radio Advies Bureau (de voorloper van Audify) uit maart 2021, namelijk dat de reclame-uitgaven in het laatste kwartaal van 2020 weer terug waren op het niveau van 2019. Daarmee waren er concrete aanknopingspunten voor nader onderzoek, wat de Minister echter niet heeft verricht.
FM-vergunningen voor de kavels A01 tot en met A09 en de daarbij behorende koppeling met frequentieruimte in de band voor digitale radio-omroep verleent na toepassing van artikel 3.10, eerste lid, van de Tw.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het verlengbaarheidsbesluit en het wijzigingsbesluit;
- bepaalt dat de Minister uiterlijk met ingang van 1 september 2023 tot vergunningverlening overgaat als omschreven onder 14.;
- bepaalt dat de Minister aan Kink het betaalde griffierecht van € 365 vergoedt;
- veroordeelt de Minister in de proceskosten van Kink tot een bedrag van € 2.277.