De VvE van een appartementsgebouw vordert terugbetaling van €5.810,63 plus rente van twee gedaagden, waarvan één voormalig bestuurder en één administratief medewerker. De bestuurder had zonder geldige machtiging betalingen verricht aan de medewerker, terwijl de VvE stelt dat deze betalingen onverschuldigd zijn.
De rechtbank stelt vast dat het bestuur van een VvE beperkt bevoegd is en dat de bestuurder geen machtiging had voor betalingen boven €2.500. De medewerker mocht niet aannemen dat de bestuurder bevoegd was. Er is geen sprake van stilzwijgende bekrachtiging door de VvE, ondanks vermelding in jaarrekeningen.
De rechtbank veroordeelt de medewerker tot volledige terugbetaling en de bestuurder tot betaling verminderd met het reeds door de medewerker betaalde bedrag. Hoofdelijke aansprakelijkheid wordt afgewezen omdat de vorderingen op verschillende rechtsgronden zijn gebaseerd. Ook worden rente en proceskosten toegewezen.