Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[verzoeker 1]
[verzoeker 2], vennote,
[verzoeker 3], vennoot,
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak stond centraal of de werknemer terecht de arbeidsovereenkomst per direct had opgezegd en of hij aanspraak kon maken op een gefixeerde schadevergoeding. De werknemer stelde dat hij onvoldoende loon had ontvangen en dat hij overuren had gemaakt die niet waren vergoed. De werkgever betwistte deze stellingen.
Tijdens de procedure bleek dat er onduidelijkheid bestond over de registratie van overuren en de afspraken over compensatie, waarbij de werknemer stelde dat hij geen overuren claimde in ruil voor het 'aankleden' van de vrachtwagen met spullen die hij mocht houden. De werkgever stelde dat deze spullen eigendom van haar bleven. Er was geen duidelijke vastlegging van deze afspraken.
De kantonrechter concludeerde dat de omstandigheden, waaronder onduidelijkheid over loonbetalingen, overuren en persoonlijke afspraken, als dringende redenen konden worden beschouwd. Hierdoor was het voor de werknemer redelijkerwijs niet te vergen de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De onmiddellijke opzegging was dan ook gerechtvaardigd en het gevorderde schadevergoeding werd afgewezen.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Werknemer had gegronde redenen voor onmiddellijke opzegging; vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt afgewezen.