ECLI:NL:RBROT:2022:8095
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling wettelijke rente over bestuurlijke boete ondanks vernietiging rechtbank
De zaak betreft een geschil over de verschuldigdheid van wettelijke rente over een bestuurlijke boete opgelegd door de AFM. Eiser betwist dat over de periode tussen de vernietiging van het boetebesluit door de rechtbank en de vernietiging van die uitspraak door het CBb wettelijke rente verschuldigd is, omdat in die periode volgens hem geen boete bestond.
De rechtbank stelt vast dat het boetebesluit van 25 november 2016 in werking is getreden en dat de betalingsverplichting daarmee is komen vast te staan. De wettelijke rente is verbonden aan het moment van inwerkingtreding van het boetebesluit en wordt niet geschorst door bezwaar of beroep.
De rechtbank verwijst naar relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder een arrest van de Hoge Raad, en benadrukt dat eiser het risico heeft genomen door niet eerder te betalen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
De uitspraak bevestigt dat de wettelijke rente verschuldigd is over de gehele periode vanaf zes weken na de bekendmaking van het boetebesluit tot betaling, ook tijdens de periode van vernietiging door de rechtbank, omdat het CBb deze vernietiging heeft teruggedraaid en het boetebesluit onherroepelijk is geworden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser wettelijke rente moet betalen over de gehele periode vanaf zes weken na de boetebeschikking.