ECLI:NL:RBROT:2023:10282
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lasten onder bestuursdwang wegens niet-aantonen legale herkomst exotische dieren
De Minister heeft aan eiser drie lasten onder bestuursdwang opgelegd wegens overtreding van de Wet natuurbescherming, omdat eiser niet kon aantonen dat de exotische dieren in zijn bezit legaal waren verkregen en de vereiste EU-certificaten ontbraken. Eiser stelde dat hij de legale herkomst voldoende had aangetoond en dat de bewijslast bij de Minister lag, maar de rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij eiser ligt en dat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van het bezitsverbod.
De rechtbank beoordeelde per dier of aan de voorwaarden was voldaan. Voor dieren op bijlage A van de CITES-basisverordening ontbraken de vereiste EU-certificaten, en voor dieren op bijlage B kon eiser niet aantonen dat zij legaal waren verkregen en binnen de EU waren gebracht. De rechtbank verwierp ook het verweer dat de last onder bestuursdwang niet op herstel gericht zou zijn, omdat eiser de mogelijkheid had gekregen alsnog de legale herkomst aan te tonen.
Verder vond de rechtbank het handhavend optreden niet onevenredig en oordeelde zij dat het besluit voldoende was gemotiveerd en zorgvuldig was voorbereid. Het verzoek om vergoeding van kosten in bezwaar werd afgewezen omdat geen onrechtmatigheid aan de zijde van de Minister was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de lasten onder bestuursdwang blijven gehandhaafd.