Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Gro-up kinderopvang,
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster was sinds 2009 in dienst bij Gro-up kinderopvang en meldde zich in oktober 2020 ziek. Na het beëindigen van de loondoorbetalingsverplichting in oktober 2022, sprak zij met Gro-up over beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar zonder overeenstemming. Gro-up zegde de arbeidsovereenkomst op per 1 juli 2023 zonder toestemming van het UWV, wat in strijd is met artikel 7:671 BW Pro.
Verzoekster trok haar primaire verzoek tot vernietiging van de opzegging en transitievergoeding in, maar vorderde een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter oordeelde dat Gro-up de opzegtermijn van twee maanden had gerespecteerd, waardoor geen vergoeding ex artikel 7:672 lid 11 BW Pro toekwam.
Hoewel de opzegging onregelmatig was, werd de billijke vergoeding afgewezen omdat het niet aannemelijk was dat vernietiging van de opzegging tot loonaanspraken zou leiden. Verzoekster was meer dan twee jaar ziek en het UWV zou waarschijnlijk alsnog toestemming hebben verleend voor ontslag. Ook gezondheidsproblemen werden niet concreet gemaakt.
De kantonrechter veroordeelde verzoekster tot betaling van de proceskosten van €529,- en wees haar verzoeken af.
Uitkomst: Verzoek tot billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt afgewezen.