ECLI:NL:RBROT:2023:11227

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 november 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
ROT 22/4119
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding tegen besluit Minister van OCW

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 juli 2022. De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep op 6 november 2023. Tijdens de zitting waren eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigden van de verweerder aanwezig.

De rechtbank heeft ambtshalve de tijdigheid van het beroep beoordeeld en vastgesteld dat de beroepstermijn is overschreden. De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie, waaronder uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Hoge Raad, en concludeert dat deze uitspraken niet leiden tot het achterwege laten van ambtshalve toetsing van de tijdigheid van het beroep binnen de eigen instantie.

De door de gemachtigde van eiseres aangevoerde omstandigheden bieden geen grond voor het aannemen van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en eiseres krijgt haar griffierecht niet terug. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/4119

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiseres] , uit Rotterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. J. Nieuwstraten),
en

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

(gemachtigde: mr. G.J.M. Naber en M. Boelens).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van verweerder van
14 juli 2022 op 6 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Anders dan in de verzetsuitspraak van deze rechtbank van 13 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:12118, is de rechtbank van oordeel dat ambtshalve de tijdigheid van het beroep moeten worden beoordeeld.
De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 9 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1500, waarin is geoordeeld dat de bestuursrechter niet langer ambtshalve de tijdigheid van een bezwaar beoordeelt, biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat ook de tijdigheid van beroep binnen de eigen instantie niet langer ambtshalve wordt beoordeeld. Dat geldt ook voor de uitspraken die in navolging van die uitspraak van de Raad zijn gedaan; de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1730, de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 12 oktober 2021, ECLI:NL:CBB:2021:931 en de uitspraak van de Hoge Raad van 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1153.
Niet in geschil is dat de termijn voor het instellen van beroep is overschreden. De rechtbank ziet in dat wat de gemachtigde van eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Eiseres krijgt haar griffierecht niet terug.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 november 2023 door
mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr.J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier.
De griffier is verhinderd
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.