Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die hun verzoeken om tegemoetkoming in verband met COVID-19 gedeeltelijk toewijzen. De bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn met één dag.
Appellanten voerden aan dat de termijn onduidelijk was door afwijkende informatie in besluiten en op de website, en dat zij mochten vertrouwen op ontvangstbevestigingen van verweerder. Ook stelden zij dat de overschrijding verschoonbaar was vanwege de coronacrisis, vakantieperiode, en slechte postbezorging.
Het College oordeelt dat de wettelijke termijnen dwingend zijn en dat de bezwaren te laat zijn ingediend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat verweerder geen toezegging deed tot inhoudelijke behandeling. De geringe overschrijding en omstandigheden zoals COVID-19 rechtvaardigen geen uitzondering.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.