Werknemer was sinds april 2023 in dienst als koerier bij werkgever en werd op 4 september 2023 op staande voet ontslagen. Hij verzocht de vernietiging van het ontslag, betaling van salaris over de periode 4 september tot 16 november 2023 en toekenning van een transitievergoeding. Werkgever voerde als ontslagreden te laat komen en het veroorzaken van schade door roekeloos handelen aan.
De kantonrechter oordeelde dat slechts een deel van de gedragingen, namelijk het te laat komen in mei en juni en het veroorzaken van schade, vaststond. Werkgever kon niet aantonen dat werknemer na een officiële waarschuwing opnieuw te laat was gekomen. Daarnaast werd slechts één schadepost, een aanrijding met een viaduct, als roekeloos handelen aangemerkt. De overige schades waren onvoorzichtig maar niet roekeloos.
Omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor ontslag op staande voet, werd het ontslag vernietigd. Werknemer kreeg recht op salaris over de periode van 4 september tot 16 november 2023, gebaseerd op het werkelijke loon van €1.883,38 bruto per maand plus vakantietoeslag. De wettelijke verhoging op het loon werd gematigd tot nihil vanwege de omstandigheden. Tevens werd een transitievergoeding van €395,50 bruto toegekend. Proceskosten werden gecompenseerd en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.