Eiseres werd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een boete van €1.500 opgelegd wegens overtreding van de Wet dieren, omdat tijdens het vangen van kuikens ernstig vangletsel werd vastgesteld. De toezichthouder van de NVWA voerde een vangletseltelling uit waarbij een gemiddeld percentage van 2,33% letsel werd vastgesteld, wat de interventiegrens van 2% overschreed.
Eiseres betwistte de juistheid van het rapport van bevindingen en stelde onder meer dat de methode van telling onbetrouwbaar was en dat het letsel mogelijk niet tijdens het vangen was ontstaan. De rechtbank oordeelde echter dat het rapport naar waarheid was opgemaakt door een deskundige toezichthouder en dat de gebruikte methoden valide en betrouwbaar zijn. Ook de door eiseres aangevoerde bezwaren, zoals het ontbreken van bepaalde documenten en discrepanties met afkeuringsbewijzen, werden niet overtuigend geacht.
Verder stelde eiseres dat de boete disproportioneel was en dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat haar personeel de dieren slechts kort vast had. De rechtbank stelde dat ook de vangploeg als tijdelijk houder verantwoordelijk is en dat het boetebedrag passend en evenredig is gelet op de ernst van de overtreding en het doel van de Transportverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.