Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van werkneemster, met bijlagen;
- het verweerschrift van werkgever, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Werkneemster, in dienst bij de gemeente Rotterdam, vordert in kort geding ongedaanmaking van looninhoudingen sinds september 2022 vanwege ziekte. Zij stelt dat sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst, wat volgens de CAO gemeenten recht geeft op volledige loondoorbetaling. Werkgever voert verweer en stelt dat de arbeidsongeschiktheid niet aan de dienst te wijten is.
De kantonrechter oordeelt dat werkneemster een spoedeisend belang heeft vanwege de substantiële inkomensdaling, maar dat de vordering in kort geding alleen kan slagen indien aannemelijk is dat deze in een bodemprocedure wordt toegewezen. Op basis van de aangevoerde feiten is dat niet het geval. De kantonrechter stelt dat de lat voor het aannemen van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst hoog ligt en dat de aangevoerde omstandigheden niet voldoen aan deze norm.
De kantonrechter constateert dat werkgever adequaat heeft gereageerd op de ziekte en beperkingen van werkneemster, onder meer door passend werk te zoeken en re-integratie te faciliteren. De vermeende pesterijen worden gezien als miscommunicatie. Werkneemster krijgt daarom geen gelijk en de looninhoudingen blijven gehandhaafd. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen omdat de arbeidsongeschiktheid niet in en door de dienst is ontstaan.