De eiser, werkzaam als pakketbezorger bij het koeriersbedrijf van de gedaagden, vordert betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag en vakantiedagen over twee arbeidstijdvakken, alsmede verstrekking van salarisspecificaties. De gedaagden erkennen het recht op deze betalingen maar betwisten de bijkomende wettelijke verhoging, rente en incassokosten.
De kantonrechter stelt vast dat de gevorderde bedragen niet zijn betwist en ondanks toezeggingen niet zijn betaald. Daarom worden de gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het bruto equivalent van de netto bedragen, vermeerderd met 50% wettelijke verhoging en wettelijke rente vanaf 1 juni 2022. Tevens worden zij veroordeeld tot verstrekking van de salarisspecificaties binnen tien dagen, met een dwangsom bij niet-naleving.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, maar de rente hierover niet wegens onvoldoende onderbouwing. De gedaagden worden ook veroordeeld in de proceskosten, die vanwege toevoeging beperkt zijn tot griffierecht en salaris gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige wordt afgewezen.