In deze kortgedingprocedure eist eiser betaling van een achterstallige loonvordering en bijkomende kosten van zijn voormalige werkgever, Ooijkaas Vastgoedservice B.V., na beëindiging van hun arbeidsovereenkomst middels een vaststellingsovereenkomst per 1 november 2022.
De arbeidsovereenkomst eindigde met afspraken over een eindafrekening inclusief een beëindigingsvergoeding. Ooijkaas stelde een eindafrekening op, maar betaalde het verschuldigde bedrag van €3.646,26 netto niet. Eiser vordert betaling van dit bedrag, wettelijke rente, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke incassokosten.
Ooijkaas verschijnt niet op de zitting, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter gaat uit van de juistheid van de stellingen van eiser en wijst de vorderingen toe, met uitzondering van de wettelijke verhoging over de beëindigingsvergoeding, omdat deze niet als loon kwalificeert.
De buitengerechtelijke incassokosten worden op grond van de wet toegewezen. Ook worden de proceskosten aan de zijde van eiser vastgesteld en toegewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.