Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaatsnaam 1] , eiseres,
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
4.1. De rechtbank overweegt dat de beantwoording van de vraag of de ex-werknemer
Rechtbank Rotterdam
Eiseres betwist de toekenning van een Ziektewetuitkering aan haar ex-werknemer met ingang van 8 oktober 2019. De ex-werknemer was tot die datum werkzaam als uitzendkracht en meldde zich pas met terugwerkende kracht ziek. Het UWV had eerder het bezwaar van de ex-werknemer gegrond verklaard en een uitkering toegekend, maar eiseres ging hiertegen in beroep.
De rechtbank oordeelde eerder dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vraag of de arbeidsongeschiktheid binnen vier weken na het einde van het dienstverband was ontstaan, zoals vereist voor nawerking op grond van artikel 46 ZW Pro. Na aanvullend onderzoek en een hoorzitting stelde de verzekeringsarts dat de ex-werknemer per 8 oktober 2019 arbeidsongeschikt was, maar de rechtbank vond deze motivering onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat niet vaststaat dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag 8 oktober 2019 is en dat er geen sprake is van nawerking. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV tot toekenning van de ZW-uitkering per 8 oktober 2019 wordt vernietigd.