Intrum Nederland B.V. vordert betaling van openstaande voorschotnota’s en eindfacturen van een consument, voortvloeiend uit een energieovereenkomst met de rechtsvoorganger van Intrum. De consument erkent de hoofdsom maar verzoekt om een betalingsregeling. De rechtbank onderzoekt ambtshalve of aan de precontractuele informatieverplichtingen is voldaan, zoals vereist bij afstandsverkopen.
De rechtbank constateert dat Intrum niet heeft aangetoond dat de essentiële informatieverplichtingen zijn nageleefd, mede omdat de overgelegde schermafdrukken van een andere rechtsopvolger zijn en het bestelproces niet verifieerbaar is. Ook is de bestelknop niet conform de wettelijke eisen, wat de consument het recht geeft de overeenkomst te vernietigen. De rechtbank acht meer dan drie ernstige schendingen aanwezig en past de sanctierichtlijn toe, waardoor de betalingsverplichting wordt gehalveerd.
Daarnaast wijst de rechtbank een deel van de buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende bewijs van duidelijke informatie hierover. De wettelijke rente en een deel van de buitengerechtelijke kosten worden toegewezen. De consument wordt veroordeeld tot betaling van €1.473,43 plus rente en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.