De kantonrechter in Rotterdam heeft geoordeeld dat de werknemer geslaagd is in zijn bewijsopdracht dat hij zich op 11 april 2022 telefonisch ziek heeft gemeld bij zijn werkgever Lidl. Dit volgt uit het beloverzicht en de getuigenverklaringen van de werknemer en zijn vriend, die voldoende aannemelijk maken dat de ziekmelding heeft plaatsgevonden.
De werkgever stelde dat de werknemer zich niet ziek had gemeld, maar deze verklaring werd door de kantonrechter onvoldoende geloofwaardig geacht. Hierdoor is vastgesteld dat er geen sprake was van ongeoorloofde afwezigheid vanaf 14 april 2022.
De kantonrechter bevestigde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was gegeven en kende de werknemer een vergoeding toe wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De hoogte van de vergoedingen werd gebaseerd op de feitelijke omstandigheden, waarbij rekening werd gehouden met de duur van het dienstverband en de bereikbaarheid van de werknemer tijdens ziekte.
De proceskosten werden toegewezen aan de werknemer, die op basis van een toevoeging procedeerde. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.