De werknemer trad op 18 oktober 2021 in dienst bij Overveld Machines. Voor hem werd een leasecontract afgesloten voor een bedrijfsauto met een looptijd van 21 maanden. Op 24 maart 2022 beëindigden partijen de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 31 mei 2022. In de vaststellingsovereenkomst werd bepaald dat de werknemer uiterlijk op de einddatum de leaseverplichtingen moest overnemen en de werkgever zou vrijwaren van verdere verplichtingen.
Overveld Machines vordert betaling van €4.229,37 wegens niet-nakoming van deze verplichting, bestaande uit leasekosten, boetes en schade aan de auto. De werknemer betwist dit en voert overmacht aan omdat de leasemaatschappij het contract niet op zijn naam wilde zetten, en stelt dat de werkgever haar schadebeperkingsplicht heeft geschonden.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer tekort is geschoten in zijn verplichting en dat het beroep op overmacht faalt omdat hij vooraf had moeten verifiëren of overname mogelijk was. Ook is geen schending van de schadebeperkingsplicht vastgesteld. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van €3.570,97 na verrekening, met rente en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.