Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het verzoekschrift van 25 november 2022, met bijlagen;
- het verweerschrift, met één bijlage;
- de brief van RVKO van 16 januari 2023, met bijlagen;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Rotterdam
De Stichting Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO) heeft haar werknemer, werkzaam als leraarondersteuner sinds 1 augustus 2021, op 27 september 2022 op staande voet ontslagen. Dit ontslag volgde nadat RVKO ontdekte dat de werknemer, ondanks ziekmelding bij RVKO, zonder medeweten van RVKO werkzaamheden verrichtte bij een andere werkgever en tegelijkertijd twee salarissen ontving.
RVKO vordert betaling van een gefixeerde schadevergoeding van €6.176,09 en terugbetaling van onverschuldigd ontvangen brutoloon van €42.042,97, beide met wettelijke rente. De werknemer betwist alleen de tijdigheid van het verzoekschrift en het ontvangen salaris over september 2022.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet geldig is en dat het verzoekschrift tijdig is ingediend binnen twee maanden na het ontslag. De vordering tot terugbetaling van het salaris over september 2022 is door RVKO ingetrokken. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, terugbetaling van het loon met rente vanaf de datum van betaling, en de proceskosten van €2.972,00 met rente. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werknemer is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, terugbetaling van onverschuldigd loon en proceskosten wegens geldig ontslag op staande voet.