Eiseres, een dierenarts, kreeg een boete van €5.000 opgelegd wegens het ontvangen, vervoeren, afleveren en buiten Nederland brengen van Sarapin, een diergeneesmiddel zonder handelsvergunning in Nederland en Europa. Sarapin is een extract van vleesetende planten dat kan worden geïnjecteerd om pijn te behandelen bij paarden. Eiseres voerde aan dat Sarapin een verzorgingsproduct is en niet als diergeneesmiddel geldt, maar de rechtbank oordeelde dat Sarapin vanwege zijn farmacologische werking wel degelijk een diergeneesmiddel is.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen, ondanks dat tijdens telefoongesprekken geen cautie is gegeven, omdat er geen sprake was van een verhoor in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Ook was er voldoende bewijs buiten deze verklaringen, zoals facturen en schriftelijke antwoorden. Eiseres stelde dat de boete in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat anderen met kleinere hoeveelheden Sarapin alleen een waarschuwing kregen. De rechtbank vond dat de NVWA vanwege beperkte handhavingscapaciteit een prioritering mocht maken en dat de keuze om grotere afnemers te beboeten niet willekeurig was.
De rechtbank concludeerde dat de boete terecht was opgelegd en niet onevenredig was gelet op de ernst van de overtreding. Tevens werd vastgesteld dat ook op basis van de nieuwe EU-regelgeving Sarapin als diergeneesmiddel geldt en de overtreding nog steeds strafbaar is. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.