ECLI:NL:RBROT:2023:8302
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering ondanks herstel motiveringsgebrek door UWV
De rechtbank Rotterdam behandelt het beroep tegen de afwijzing van een WIA-uitkering door het UWV. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, maar dat het medisch oordeel onvoldoende was gemotiveerd vanwege twijfel over de psychische klachten van eiser. Het UWV kreeg de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
Het UWV overlegt een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep waarin wordt geconcludeerd dat eiser weliswaar PTSS en depressieve klachten heeft, maar dat deze niet leiden tot meer beperkingen dan reeds in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) zijn opgenomen. De rechtbank volgt dit oordeel en constateert dat het motiveringsgebrek is hersteld.
Eiser voert aan dat het rapport van november 2022 van psychiaters sterke aanwijzingen voor ernstige PTSS bevat, maar de rechtbank acht deze niet voldoende om het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te weerleggen. De rechtbank oordeelt dat de functionele mogelijkheden correct zijn vastgesteld en dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt, waardoor de afwijzing van de WIA-uitkering terecht is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond vanwege het eerdere motiveringsgebrek, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat het gebrek is hersteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het gebrek is hersteld.