ECLI:NL:RBROT:2023:8800
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting en kostenposten
Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens niet betalen van parkeerbelasting op een locatie in Rotterdam. De aanslag bestond uit de verschuldigde belasting en kosten naheffing. Eiser betwistte de hoogte van de kostenposten en voerde aan dat hij slechts onmiddellijk in- en uitstapte, waardoor geen parkeerbelasting verschuldigd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de kostenposten door verweerder voldoende waren onderbouwd en dat de samenhang met de inning van niet betaalde parkeerbelasting meer dan zijdelings aanwezig was. De post 'niet geïnde naheffingsaanslagen' werd als een correctie op de baten gezien en mocht worden meegenomen in de kostenraming. Wat betreft het parkeren stelde de rechtbank vast dat het enkele minuten wachten op een passagier niet valt onder het begrip 'onmiddellijk in- en uitstappen'.
Verder werd een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, waarvoor eiser een immateriële schadevergoeding van €50,- werd toegekend. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. Het beroep werd in alle onderdelen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van € 50,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.