Eiseres heeft bij de Dienst Toeslagen een verzoek ingediend voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade. Nadat de beslistermijn was verstreken zonder dat een besluit werd genomen, stelde eiseres verweerder in gebreke en stelde beroep in bij de rechtbank wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder geen besluit heeft genomen ondanks de ingebrekestelling. De rechtbank stelt de hoogte van de verbeurde dwangsom vast op € 1.442,- en legt een dwangsom van € 50,- per dag op voor elke verdere termijnoverschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen over het verzoek tot aanvullende compensatie.
De rechtbank acht de zaak van licht gewicht en ziet geen aanleiding tot het houden van een zitting. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 30 oktober 2024.