In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de korpschef van politie om de aanvraag van [bedrijf A] voor toestemming om eiser als beveiliger in opleiding te laten werken te weigeren. De korpschef baseerde het besluit op mutaties en meldingen in het politiesysteem die zorgen uiten over het geestelijk welzijn van eiser, waardoor diens betrouwbaarheid niet boven iedere twijfel verheven zou zijn.
De rechtbank heeft het beroep op 27 september 2024 behandeld en beoordeelt dat de korpschef in redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen. De mutaties en meldingen, opgesteld door verschillende politiemedewerkers, geven een consistent beeld van een verwarde indruk van eiser en zorgen over zijn geestelijke gesteldheid. Eiser heeft zelf erkend onjuiste meldingen te hebben gedaan door slaaptekort, maar heeft geen medisch onderzoek ondergaan om de twijfels weg te nemen.
Daarnaast is geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden omdat de huidige situatie afwijkt van eerdere toestemmingen, mede door nieuwe mutaties. Ook weegt het maatschappelijk belang van betrouwbare veiligheidszorg zwaarder dan de persoonlijke nadelen van eiser, zoals studievertraging en financiële problemen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de onthouding van toestemming.