Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de tussenbeschikking van 12 juli 2024 en de processtukken die daarin genoemd zijn;
- de akte van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , met een wijziging van de verzoeken.
2.De beoordeling
3.De beslissing
- een billijke vergoeding van € 11.000,- bruto, met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro vanaf 6 december 2024, tot de dag dat volledig is betaald;
- een transitievergoeding van € 378,23 bruto met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro vanaf 6 april 2024, tot de dag dat volledig is betaald;
- een gefixeerde schadevergoeding van € 6.412,25 bruto met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro vanaf 6 maart 2024, tot de dag dat volledig is betaald;
- achterstallig loon van € 6.077,97 bruto, waarop € 3.000,- netto in mindering strekt, en € 3.373,12 netto, met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro daarover steeds vanaf de 1e dag na de maand waarop het loon betrekking heeft tot de dag dat volledig is betaald, en met de wettelijke verhoging van artikel 6:625 BW Pro daarover, met een maximum van 25%;