In deze civiele procedure vordert Dexia Nederland B.V. betaling van een bedrag van €94,- plus wettelijke rente van [gedaagde] en verklaart zij dat zij aan al haar verplichtingen uit twee effectenleaseovereenkomsten heeft voldaan. [gedaagde] betwist dit en stelt dat zij te veel restschuld heeft betaald onder de tweede overeenkomst.
De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om effectenleaseovereenkomsten, een financieel product dat tussen 1990 en 2003 veelvuldig is verkocht en waarbij veel consumenten na de beurscrash met restschulden werden geconfronteerd. Dexia heeft haar waarschuwingsplicht geschonden, wat onrechtmatig is, en daardoor heeft [gedaagde] schade geleden.
De kern van het geschil betreft de vraag of [gedaagde] te veel heeft betaald aan restschuld. De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] recht heeft op vergoeding van het verschil tussen de betaalde restschuld en het volgens het Hofmodel verschuldigde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente. Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten. De vorderingen van Dexia worden voor het grootste deel afgewezen, behalve de verklaring voor recht met betrekking tot de eerste overeenkomst.