Werknemer trad op 29 september 2022 in dienst als leerling-kok bij werkgever met een contract tot 31 augustus 2024. Op 5 augustus 2024 werd werknemer op staande voet ontslagen vanwege een WhatsApp-bericht met dreigende tekst en gedrag tijdens een discussie over fooi en overuren.
De kantonrechter stelt dat ontslag op staande voet een ultimum remedium is en dat alle omstandigheden in samenhang moeten worden beoordeeld. Omdat werknemer toch niet zou doorwerken na 5 augustus en er al discussie was over betaling van overuren en fooi, is het ontslag op staande voet te vergaand.
De rechter wijst het verzoek tot vernietiging van het ontslag toe en veroordeelt werkgever tot betaling van loon over augustus, vakantietoeslag, overuren met een gematigde wettelijke verhoging, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Werkgever heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen bij zittingen.