ECLI:NL:RBROT:2024:13138

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 december 2024
Publicatiedatum
30 december 2024
Zaaknummer
ROT 24/7417
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19-67 ZiektewetArt. 96 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet wegens misbruik van recht inzake uitkeringsbeslissingen

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 december 2024 uitspraak gedaan in het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak van 29 november 2024, waarin twee beroepen wegens niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk waren verklaard wegens misbruik van recht.

De rechtbank benadrukt dat opposant al jarenlang stukken indient die onbegrijpelijk zijn en herhaalt het dringende verzoek hiermee te stoppen. Tevens wordt opposant gemaand te stoppen met het beschuldigen van magistraten en griffiers van strafbare feiten, gebaseerd op onwelgevallige uitspraken van de rechtbank.

Inhoudelijk blijkt uit het verzetschrift dat opposant het niet eens is met uitkeringsbeslissingen rond de eeuwwisseling. De rechtbank heeft echter herhaaldelijk geoordeeld dat deze zaken onherroepelijk zijn beslist en dat herzieningsverzoeken kansloos zijn. Voortdurend doorprocederen wordt als misbruik van recht aangemerkt. Daarom verklaart de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat opposant eenmaal griffierecht heeft voldaan, maar dat dit niet betekent dat onverschuldigd is betaald, aangezien het ging om twee verschillende beroepschriften.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/7417 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 december 2024 op het verzet van

[Naam] ([Naam]), uit [Plaats], opposant,

tegen de uitspraak van de rechtbank van 29 november 2024 in het geding tussen
[Naam]
en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van [Naam] gaat over de uitspraak van de rechtbank van 29 november 2024 waarin de rechtbank twee beroepen van [Naam] wegens niet tijdig beslissen op bezwaar inzake informatieverzoeken niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens misbruik van recht.
2. De rechtbank doet uitspraak op het verzet zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. In zijn verzetschrift schrijft [Naam] onder meer het volgende (letterlijk citaat met weglating witregels):
“Opposant [Naam] verder Opposant te noemen .Primair rechtens bewezen . Uitspraak 29-11-2024 Vernietigd! Grondslag Schendingen gedragscode Rechterlijke macht .26 september 2011.Artikel 2.1 geschonden . Artikel 2.3 Geschonden .Artikel 2.3 geschonden rechtens bewezen ! geen spraken van onafhankelijke rechtspraak Bestuursrechters (Griffiers ) Rechtbank Rotterdam als sinds 2007 al geen spraken van. Opposant voegt MAETIS Arbo dossier in (al in beroepsfase ingevoegd). Fax 08-03-1999 Opposant ! 00 % arbeidsgeschikt D r van der Heijden. op 22-03-1999. einde toepassen ziektewet artikel 19 eerste Pro lid. Fax: 16 - 11-2000. D R J J Tellekamp . Opposant Wederom 100 % arbeidsgeschikt per 23-11-2000. ziekmelding: 23-04-2001 . ziektewet artikel 19-67 eerste lid. Fax 19 mei 2004. D r AFJ van Hees oproep spreekuur consult op 11-08-2004. Overheid orgaan kortweg UWV-GAK .
Nihil Jurisdictie over Opposant .tussen 22 maart 1999 en heden 4 december 2024. Grondslag ontbreken einde wachttijd besluiten uw Ambtenaar Stijnen spant voor recht bewezen al jaren samen met overheden UWV -CAK Ministerie Justitie en Veiligheid/Orde van van Advocaten.. Den Haag / Amsterdam en Gelderland
Wetboek Strafrecht artikel 96 [ max 10 jaar Celstraf Ambtenaar Stijn ] (…) op grond overheid orgaan UWV 0-GAK Nihil Jurisdictie over opposant [Naam].
Vernietigd Opposant [Naam] uw Uitspraken 29 november 2024. Recht op Voorlopige Voorziening Achterstallige ziektewetuitkeringen Artikel 19-67 eerste lid, terugwerkende kracht maandag 23 april 2001 Toegewezen. uit voorraad opeisbaar voor uiterlijk 20 december 2024. alsmede Beroepen gegrond. recht op Dwangsommen .ECLI:NL:RBGEL:2024:6647 . uit voorraad opeisbaar.[ recht mondelinge zitting meervoudige kamer uit voorraad toegewezen ].”
4. De rechtbank merkt vooraleerst op dat zij zich al jaren ergert aan dit soort stukken van [Naam] waaraan geen touw is vast te knopen. Zij verzoekt [Naam] nogmaals dringend hier mee te stoppen. Voorts verzoekt de rechtbank [Naam] te stoppen met het beschuldigen van magistraten en griffiers van strafbare feiten die hun grondslag zouden vinden in de omstandigheid dat de rechtbank uitspraken heeft gedaan die [Naam] onwelgevallig zijn (zie eerder hierover ECLI:NL:RBROT:2020:5190 en ECLI:NL:RBROT:2023:7311).
5. Voor zover de rechtbank een inhoudelijke grond uit dit verzetschrift zou kunnen ontwaren, komt daaruit naar voren dat [Naam] het niet eens is met uitkeringsbeslissingen die zijn genomen rond de eeuwwisseling. Daarover heeft de rechtbank al zeer dikwijls geoordeeld dat hierover onherroepelijk is beslist, dat zijn herzieningsverzoeken kansloos zijn en dat daarover tegen beter weten in blijven doorprocederen misbruik van recht oplevert (bijvoorbeeld ECLI:NL:RBROT:2020:3876 en ECLI:NL:RBROT:2021:9014).
6. Gelet op het voorgaande getuigt het indienen van dit verzetschrift zelf ook van misbruik van recht. Daarom zal de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk verklaren.
7. Ambtshalve merkt de rechtbank ten overvloede op dat anders dan onder punt 6 van de aangevallen uitspraak is overwogen wel eenmaal griffierecht is voldaan door [Naam]. Dit maakt echter niet dat onverschuldigd is betaald. Ten eerste was [Naam] het griffierecht verschuldigd en ten tweede ziet de uitspraak op twee verschillende beroepschriften, terwijl slechts eenmaal griffierecht is voldaan, zodat dus eenmaal ten onrechte geen griffierecht is geheven.

Conclusie en gevolgen

8. Het verzet is niet-ontvankelijk wegens voortdurend misbruik van recht.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 december 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.