De zaak betreft een arbeidsconflict tussen [verzoeker01], kapitein op een binnenvaartschip, en Dutch Water Transport B.V. (DWT). De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor één jaar met een proeftijd van twee maanden, welke volgens de wet nietig is omdat bij een overeenkomst van één jaar de proeftijd maximaal één maand mag zijn. DWT zegde de arbeidsovereenkomst op tijdens deze nietige proeftijd.
De kantonrechter vernietigt de opzegging omdat deze niet rechtsgeldig was. DWT wordt veroordeeld om [verzoeker01] binnen twee weken na betekening van de beschikking weer toe te laten tot het werk en zijn loon te betalen vanaf 1 oktober 2023 tot het einde van de arbeidsovereenkomst. De loonbetaling wordt verhoogd met de wettelijke verhoging over de achterstallige maanden en de wettelijke rente.
Het verzoek om buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden aan DWT opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de dwangsom voor onmiddellijke toelating tot het werk wordt afgewezen vanwege praktische belemmeringen.