ECLI:NL:RBROT:2024:2514
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van mate arbeidsongeschiktheid en dagloonberekening in WIA-uitkeringen
Eiser, voormalig docent natuurkunde, is sinds januari 2017 arbeidsongeschikt en ontvangt een WGA-uitkering van het UWV. De rechtbank beoordeelt of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op de data 21 januari 2019 en 16 december 2020 correct heeft vastgesteld en of de dagloonberekening juist is toegepast.
De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen hebben op basis van medische dossiers, onderzoeken en functionele mogelijkhedenlijsten (FML) de beperkingen van eiser vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen en belastbaarheid van eiser juist zijn vastgesteld. De door eiser aangevoerde extra beperkingen en bezwaren tegen de geschiktheid van functies worden niet gevolgd.
Ten aanzien van de dagloonberekening stelt de rechtbank vast dat de WW-plus uitkering en bovenwettelijke uitkering niet als loon in de zin van het Dagloonbesluit mogen worden meegenomen. De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie en wijst het beroep van eiser af.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de vertraging grotendeels aan eiser zelf kan worden toegerekend door het verzoek om uitstel en het aanleveren van aanvullende medische informatie.
De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de UWV-besluiten worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen.