Eiseres kreeg van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een bestuurlijke boete van €12.500 opgelegd wegens overtreding van hygiënevoorschriften uit de Wet dieren en Europese verordening 852/2004. De boete werd opgelegd naar aanleiding van een inspectierapport van de NVWA waarin condensvorming op transportbanen werd vastgesteld, waarbij vlees voor humane consumptie werd vervoerd. Ondanks droogmaakacties bleef condensvorming terugkeren.
Eiseres voerde aan dat het ging om achtergebleven spoelwater en dat er geen sprake was van daadwerkelijke verontreiniging, ondersteund door een eigen analyserapport. De rechtbank oordeelde echter dat het analyserapport onvoldoende objectief was en de minister terecht uitging van het NVWA-rapport. De norm vereist dat levensmiddelen in alle stadia beschermd worden tegen elke vorm van verontreiniging, ook als het vlees niet daadwerkelijk verontreinigd is geraakt.
Daarnaast was de boete verhoogd wegens recidive. Eiseres stelde dat dit onterecht was en dat de boete onevenredig hoog was. De rechtbank verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de termijnoverschrijding voor het opleggen van de boete niet tot matiging leidt en dat de verhoging conform de wettelijke recidiveregeling was. Het beroep werd ongegrond verklaard, de boete blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.