ECLI:NL:RBROT:2024:5082
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bevestigd
Eiseres kreeg een boete van €58.000 opgelegd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het niet tijdig verstrekken van loon- en urenadministratie van acht werknemers, in strijd met artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
Na een inspectie en administratief onderzoek bleek dat eiseres niet kon aantonen dat de werknemers het wettelijk minimumloon hadden ontvangen, mede doordat de gevraagde documenten onvolledig waren. Eiseres maakte bezwaar tegen de boete, stellende dat de tewerkstellingsperioden van enkele werknemers onjuist waren vastgesteld en dat haar administratieproblemen veroorzaakt werden door omstandigheden rondom de coronamaatregelen en een verhuizing.
De rechtbank oordeelde dat de boete conform het beleidskader was vastgesteld en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde om de tewerkstellingsperioden te corrigeren. Ook was geen sprake van omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de boete en wees het terugvorderen van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €58.000 wegens overtreding van artikel 18b Wml en verklaart het beroep ongegrond.