ECLI:NL:RBROT:2024:5267
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering per 13 juni 2022 bevestigd na medische herbeoordeling
Eiser maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering per 13 juni 2022. Na eerdere procedures waarbij het bezwaar deels gegrond werd verklaard, nam verweerder een nieuw besluit dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. Eiser voerde aan dat een nieuwe diagnose van een depressieve stoornis tot meer beperkingen en een urenbeperking zou moeten leiden. Hij bracht medische rapporten en een neuropsychologisch onderzoek in, die volgens hem een verslechtering van zijn situatie aantoonden.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde na uitgebreid dossieronderzoek en onderzoek ter zitting dat de medische beperkingen niet waren toegenomen en dat de nieuwe diagnose geen aanleiding gaf tot andere beperkingen. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de door eiser overgelegde medische stukken geen objectieve toename van beperkingen aantonen. De subjectieve klachtenbeleving van eiser is niet beslissend.
De rechtbank wees het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige af, omdat er geen concrete aanwijzingen waren voor partijdigheid van de verzekeringsartsen en eiser voldoende gelegenheid had gehad om tegenbewijs te leveren. De rechtbank bevestigde dat eiser per 13 juni 2022 geschikt was voor de geduide functies en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 13 juni 2022 wordt ongegrond verklaard.