ECLI:NL:CRVB:2024:62
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over recht op ziekengeld na eerste ziektejaar
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en meldde zich ziek vanwege epileptische aanvallen. Het UWV stelde vast dat zij na het eerste ziektejaar meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellante maakte bezwaar en beroep, waarbij extra medische beperkingen werden vastgesteld, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verzekeringsartsen van het UWV niet onpartijdig zijn en dat een onafhankelijk deskundige benoemd moest worden. De Raad overwoog dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen en dat de ingebrachte medische informatie adequaat was meegenomen. De Raad vond geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling en wees de stelling van partijdigheid af.
De Raad bevestigde dat de functies waarop het UWV de verdiencapaciteit baseerde medisch passend zijn voor appellante. Nieuwe medische stukken in hoger beroep gaven geen aanleiding tot herziening van het oordeel. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een verzoek tot benoeming van een deskundige af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.