De werknemer is sinds oktober 2020 in dienst als chauffeur en werd in maart 2023 ziek door een bedrijfsongeval. Hij reisde zonder toestemming naar Roemenië en verscheen niet op afspraken bij de bedrijfsarts in Nederland. De werkgever schortte het loon op tot november 2023 en stopte daarna de loonbetaling. De werknemer vordert het te laat betaalde loon met wettelijke verhoging en rente, achterstallig loon vanaf november 2023 en loon vanaf mei 2024, plus buitengerechtelijke kosten.
De kantonrechter oordeelt dat het verblijf van de werknemer in Roemenië tijdens ziekte niet aan het recht op loonbetaling in de weg staat. Het is onredelijk om van hem te verlangen fysiek in Nederland te verschijnen bij de bedrijfsarts. De loonopschorting en loonstop zijn onterecht, mede omdat het UWV oordeelde dat het aangeboden werk niet passend was vanwege de reisafstand. De werkgever moet het achterstallige loon inclusief wettelijke verhoging en rente betalen.
Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van salarisstroken onder dwangsom en het betalen van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.