ECLI:NL:CRVB:2017:3114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand voor woonlasten bij aangepaste woning gehandicapte
Appellante, een alleenstaande die bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, vroeg bijzondere bijstand voor woonlasten na het intrekken van een woonlastenregeling door het dagelijks bestuur van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard. Deze aanvraag werd afgewezen omdat de Wet op de huurtoeslag (Wht) als een passende en toereikende voorliggende voorziening geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de Wht ook in bijzondere situaties, zoals bij gehandicapten die in aangepaste woningen wonen, voorziet in extra huurtoeslag. Appellante ontving reeds de maximale huurtoeslag als alleenstaande, waardoor geen ruimte is voor aanvullende bijzondere bijstand.
Verder stelde appellante dat zij financieel niet in staat is de huur te betalen en dat huisuitzetting dreigt. De Raad stelde dat dit geen acute noodsituatie oplevert zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet, waarvoor bijzondere bijstand kan worden verleend. Daarom is het beroep ongegrond en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep op bijzondere bijstand voor woonlasten wordt afgewezen omdat de huurtoeslag als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt en geen acute noodsituatie is vastgesteld.