ECLI:NL:RBROT:2024:7095
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling dagloon Ziektewet door UWV
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om het dagloon van zijn Ziektewet-uitkering niet aan te passen. Het geschil betreft de berekeningswijze van het dagloon, waarbij eiser stelt dat het loon dat hij in mei 2021 verdiende, maar pas later werd uitbetaald, meegenomen moet worden.
De rechtbank stelt vast dat het dagloon is berekend op basis van de referteperiode van 10 mei 2021 tot en met 31 juli 2021, conform de polisadministratie en de wettelijke bepalingen. Eiser kon niet aantonen dat deze gegevens onjuist zijn. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de wet dwingendrechtelijke regels bevat die geen ruimte laten voor afwijking.
Ook het argument dat overuren die pas na de referteperiode zijn uitbetaald meegenomen moeten worden, wordt verworpen. De rechtbank wijst erop dat het Dagloonbesluit geen hardheidsclausule kent en dat de wettelijke bepalingen strikt gevolgd moeten worden.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het dagloon blijft vastgesteld op €110,42 en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om het dagloon niet te wijzigen wordt ongegrond verklaard.