Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 31 juli 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van [eiseres];
- de spreekaantekeningen van Charterama.
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter behandelt een kort geding tussen een voormalige underwriting manager en haar voormalige werkgever Charterama B.V. over de handhaving van een concurrentie- en relatiebeding van één jaar na beëindiging van het dienstverband. De ex-werknemer is na haar vertrek bij Charterama eerst bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaan werken en daarna bij een concurrent, [naam bedrijf], als senior underwriter P&I.
Charterama vordert dat de werknemer het concurrentiebeding naleeft en de boetes betaalt wegens overtreding. De werknemer verzoekt om schorsing van het beding. De kantonrechter oordeelt dat het beding rechtsgeldig is en dat [naam bedrijf] een concurrent is. Het is aannemelijk dat de werknemer bij haar nieuwe werkgever werkzaamheden verricht die overlappen met het beschermde gebied, waardoor zij bedrijfsgevoelige informatie kan gebruiken.
Het beding wordt als redelijkerwijs noodzakelijk beoordeeld vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen van Charterama. De werknemer wordt niet onbillijk benadeeld, mede gezien de duur van het beding en haar eerdere werkzaamheden bij de overheid. De gevorderde vergoeding wordt afgewezen. De kantonrechter veroordeelt de werknemer tot nakoming van het beding, betaling van de boetes en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter verbiedt de werknemer het dienstverband bij de concurrent voort te zetten, handhaaft het concurrentiebeding en veroordeelt haar tot betaling van boetes en proceskosten.