Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 januari 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van RTB.
Rechtbank Rotterdam
Werknemer was van januari 2022 tot augustus 2023 in dienst bij RTB Cargo als combimachinist nationaal en later internationaal. RTB vordert terugbetaling van studiekosten voor opleidingen Duitse taal en regelgeving, en een eerdere opleiding waarvoor RTB een betaling aan de vorige werkgever had gedaan. De werknemer betwist de terugbetalingsverplichting, stellende dat de opleiding Duitse taal verplichte scholing zou zijn en dat de financiële verplichtingen onredelijk zijn.
De kantonrechter oordeelt dat de opleiding Duitse taal geen verplichte scholing is zoals bedoeld in artikel 7:611a lid 1 BW, omdat deze niet noodzakelijk was voor de functie die werknemer bekleedde. RTB heeft voldaan aan het kenbaarheidsvereiste door werknemer vooraf te informeren over de kosten en terugbetalingsverplichting. De terugbetalingsverplichting is niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, omdat werknemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen andere keuze had dan opzegging vanwege werkdruk.
De kantonrechter veroordeelt werknemer tot betaling van € 28.990,33 met wettelijke rente vanaf 30 augustus 2023, wijst buitengerechtelijke incassokosten af wegens onjuiste termijnstelling, en veroordeelt werknemer in de proceskosten van € 2.742,99. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 28.990,33 studiekosten met rente en proceskosten.