ECLI:NL:RBROT:2025:1278
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen werknemer en niet meewerken aan re-integratie
De werknemer is sinds 8 mei 2023 in dienst als productiemedewerker bij Head Uitzendbureau B.V. Hij werkt 28 uur per week tegen een bruto uurloon van €13,68. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen van de werknemer, omdat deze structureel niet meewerkt aan zijn re-integratie na ziekte.
De werknemer heeft zich op 14 augustus 2023 ziek gemeld en is sindsdien herhaaldelijk niet ingegaan op redelijke voorschriften van de bedrijfsarts en werkgever. Hij reageert niet op oproepen en is sinds 21 maart 2024 volledig onbereikbaar. De werkgever heeft het loon per 9 april 2024 stopgezet en een deskundigenoordeel van het UWV overgelegd dat bevestigt dat de werknemer onvoldoende meewerkt.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer niet is verschenen op de zittingen en niet heeft gereageerd op het ontbindingsverzoek, waardoor de feiten uit het verzoek onweerlegbaar zijn. Er is sprake van een redelijke grond voor ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen, geen opzegverbod geldt en herplaatsing is niet mogelijk. De arbeidsovereenkomst wordt per 31 januari 2025 ontbonden zonder transitievergoeding. De werknemer wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €808 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt per 31 januari 2025 ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer zonder recht op transitievergoeding.