Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar tegen een beschikking van 5 december 2022. De rechtbank had eerder verweerder opgedragen om een besluit te nemen, maar verweerder heeft niet tijdig besloten.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen en wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een zitting en stelt dat de zaak van licht gewicht is, omdat het enkel gaat om de overschrijding van de beslistermijn.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Zoethout en griffier H. Sabanovic, waarbij de griffier verhinderd was de uitspraak te ondertekenen. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.