Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [persoon A] van 4 november 2024, met bijlagen;
- het verweerschrift van Gom met tegenverzoeken, met bijlagen;
- de nadere bijlage 11 van [persoon A] ;
- de nadere bijlage 13 van Gom.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer, werkzaam als rayonleider in opleiding bij Gom Schoonhouden B.V., is op 3 september 2024 op staande voet ontslagen nadat zij tijdens haar vakantie met de bedrijfsauto in een sloot reed terwijl zij onder invloed van alcohol was. De werknemer meldde het ongeval niet tijdig aan de werkgever, wat in strijd is met de interne regels en de Wegenverkeerswet.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet, omdat het gedrag van de werknemer het voor de werkgever onmogelijk maakt het dienstverband voort te zetten. De werknemer heeft geen recht op een billijke vergoeding, transitievergoeding of vergoeding voor onregelmatige opzegging.
Daarnaast moet de werknemer de schade aan de bedrijfsauto en de kosten voor het behalen van haar rijbewijs aan de werkgever vergoeden. De vordering van de werkgever is niet verjaard en de hoogte van de schade is niet betwist. De proceskosten worden eveneens aan de werknemer opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is geldig; werknemer moet schade en rijbewijskosten aan werkgever betalen.