Werkneemster werd op 2 oktober 2024 door haar werkgever op staande voet ontslagen wegens vermeende fraude met Bol.com cadeaubonnen. Werkgever stelde dat werkneemster onwaarheden had verteld over het saldo van de bonnen en dat zij betrokken was bij het verzilveren van meerdere bonnen. Werkneemster betwistte de beschuldigingen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet aan de vereisten van onverwijldheid voldeed, omdat werkgever al op 28 augustus 2024 beschikte over informatie die de verdenkingen ondersteunde, maar pas op 2 oktober 2024 ontsloeg. Daarnaast stond niet onomstotelijk vast dat werkneemster daadwerkelijk fraude had gepleegd, aangezien uit de gegevens bleek dat zij niet degene was die de bonnen verzilverde.
Ook andere door werkgever genoemde redenen voor het ontslag, zoals het niet verschijnen bij de bedrijfsarts en het niet nakomen van afspraken, werden onvoldoende onderbouwd en konden het ontslag niet dragen. De kantonrechter vernietigde het ontslag op staande voet, oordeelde dat werkneemster nog in dienst is, en veroordeelde werkgever tot wedertewerkstelling met inachtneming van haar arbeidsongeschiktheid.
Verder werd werkgever veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 2 oktober 2024 met een gematigde wettelijke verhoging van 20% en wettelijke rente. De proceskosten werden eveneens aan werkgever opgelegd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.