Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de tussenbeschikking van 30 juni 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de incidentele conclusie van Bolidt houdende een vordering tot inzage ex artikel 843a Rv, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv;
- het (voorwaardelijk) zelfstandig tegenverzoek van Bolidt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst;
- het ten aanzien van het ontbindingsverzoek door [verzoeker] ingediende verweerschrift met tegenverzoeken, met bijlagen;
- de door Bolidt bij brief van 4 april 2024 overgelegde bijlagen.
3.De verzoeken en tegenverzoeken
4.De beoordeling
To whom it may concern
Wij hadden eerder contact inzake een van onze werknemers die een US arbeidsovereenkomst heeft, maar ook veel in Nederland is/werkt’. Hieruit volgt in de eerste plaats dat [persoon 4] voor Bolidt werkt en in de tweede plaats dat zij [verzoeker] als een van de werknemers van Bolidt beschouwde.
I worked for Bolidt in the Nederlands (Bolidt NL) from March 1998 to June 2001 as Assistent Project Manager”. Daarnaast volgt uit de door Bolidt als productie 48 overgelegde verklaring dat [verzoeker] heeft gezegd dat hij van 1998 tot 2001 bij Bolidt in dienst is geweest en dat hij sinds 2001 bij BCC in dienst is en niet meer voor Bolidt werkt.
Werknemer komt bij goed functioneren en goede bedrijfsresultaten in aanmerking voor een door de werkgever vast te stellen tantième’. Daarbij komt dat vaststaat dat [verzoeker] in de jaren 2005 tot en met 2015 tantième uitbetaald heeft gekregen. Hiervoor is al geoordeeld dat Bolidt in al die jaren als werkgever van [verzoeker] had te gelden. Voor zover de betalingen van de tantième al via BCC zijn verlopen, hetgeen [verzoeker] betwist, geldt bovendien dat het geld daarvoor in feite ook afkomstig was van Bolidt.
€ 12.598,94) [45] te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en de duur van de arbeidsovereenkomst is de hoogte van de transitievergoeding € 234.127,27 bruto. Dit bedrag moet Bolidt aan [verzoeker] betalen.
€ 725.250,- over genoemde jaren, waarbij over de jaren 2011 en 2012 een tantième is uitgekeerd van € 110.000,- bruto per jaar. Ook is door de kantonrechter geoordeeld dat Bolidt over de jaren 2017 tot en met 2020 aanspraak heeft op tantième omdat uit diverse uitlatingen van Bolidt is gebleken dat ook zij van mening was dat [verzoeker] daarop recht had en van een concrete toezegging daartoe gesproken kan worden. Weliswaar waren partijen het nog niet eens waren over de hoogte van de uit te keren tantième, maar vast stond wel dát [verzoeker] recht had (en nog steeds heeft) op deze tantième. Bolidt is met de betaling van de tantième over deze jaren, ondanks meerdere verzoeken van [verzoeker] en gedane toezegging vanuit Bolidt daartoe, echter in gebreke gebleven. Door dit laakbaar handelen van Bolidt, zijn naar het oordeel van de kantonrechter al de eerste scheuren in de arbeidsrelatie ontstaan.
€ 150.000,- bruto passend. Hierna wordt uitgelegd waarom.
5.De beslissing
1 maart 2023 tot aan de datum waarop het dienstverband rechtsgeldig is beëindigd, waarbij Bolidt over de periode van 1 maart 2023 tot en met 24 april 2023 gehouden is tot betaling van het (bruto-equivalent van het) bedrag van € 12.598,94 netto per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, zij over de periode 25 april 2023 tot en met 24 april 2024 gehouden is tot betaling van het bedrag van € 3.605,32 bruto per vier weken, zij over de periode
30 april 2025ter griffie moet indienen, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan de gemachtigde van [verzoeker] ;
tot en met maandag 14 april 2025 om 12.00 uurin de gelegenheid om het ontbindingsverzoek in te trekken door een schriftelijke mededeling aan de griffie, onder gelijktijdige toezending van die mededeling aan de gemachtigde van [verzoeker] ;